Webrichtlijnen verplicht

Stelling Tjebbe Will:

Minister Donner heeft in mei 2011 zijn plannen bekend gemaakt rond de overheidsbrede implementatieagenda voor dienstverlening en e-overheid (i-NUP). Deze zijn in een aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit document staat de resultaatsverplichting dat alle gemeenten moeten zorgen dat hun website eind 2012 voldoet aan minimale eisen van webrichtlijnen (Waarmerk Drempelvrij zonder ster) en 1 januari 2015 volledig (3 sterren Waarmerk Drempelvrij). Bij niet nakomen van de verplichting worden via een algemene maatregel van bestuur verplichtingen aan gemeenten opgelegd.

Dit geldt ook voor het gebruik van AV, filmpjes en animaties.

Bijgaand de link die hierover meer informatie verschaft: http://www.accessibility.nl/internet/artikelen/audiovideo

Mijn stelling is dat deze regels

  1. het gebruik van AV op overheidssites tegenwerken
  2. het gebruik van streaming video en live-registraties (van bijv. raadsvergaderingen) onmogelijk maken
  3. het snel doorgeven van informatie belemmert
  4. deze regels leiden tot extra kosten (verhoging tot wel 15%)

Tjebbe Will

Reactie op de stelling

door: Raph de Rooij, specialist webrichtlijnen

Noot:

De reactie is op persoonlijk titel en bedoeld als bijdrage aan de discussie. In de reactie wordt dus niet het standpunt van Raph de Rooij ‘s werkgever vertegenwoordigd, noch van de opdrachtgever van de webrichtlijnen, van de stichting Waarmerk Drempelvrij.nl, of  van de normcommissie van voornoemde stichting.

Om te weten waarom de Webrichtlijnen verplicht zijn gesteld is in eerste plaats van belang om te  weten waarom ze er zijn; voldoen aan de Webrichtlijnen is immers geen op zichzelf staand doel. Ze zijn slechts een middel om te voorkomen dat mensen worden buitengesloten van toegang tot online informatievoorziening en dienstverlening van de overheid. Het is een probleem dat in veel gevallen wordt veroorzaakt door de wijze waarop webtechnologie wordt ingezet. Het gevolg: mensen die er hinder van ondervinden kunnen hun recht niet uitoefenen op toegang tot online informatievoorziening en dienstverlening. Dat is meer dan een praktisch probleem; het maakt ook zichtbaar dat veel overheidsorganisaties niet goed in staat zijn – en soms zelfs niet bereid zijn – om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Daarmee is het al dan niet voldoen aan een specificatie als de Webrichtlijnen meer een ethische kwestie, in plaats van een technisch vraagstuk.

De stelling is tot stand gekomen door het vraagstuk uitsluitend te bekijken door een operationele bril en daarbij een maatschappelijk relevant uitgangspunt buiten beschouwing te laten. Kort door de bocht wordt gesteld dat het ingewikkeld en duur is om aan de richtlijnen te voldoen en ook dat ze vooruitgang hinderen. Maar vooruitgang voor wie? Voor de mensen die niet langer gebruik kunnen maken van informatie, omdat die voortaan in een audiovisueel formaat wordt aangeboden?

Het gaat daarbij trouwens niet alleen over doven (de groep die moeite heeft met de ‘audio’ in audiovisueel) en blinden (de groep die niet uit de voeten kan met het deel ‘video’). Dat de Webrichtlijnen er uitsluitend zijn voor deze gebruikersgroepen is trouwens een wijdverspreide misvatting. Want is er wel gebruik gemaakt van technologieën die iedereen kan gebruiken? Nog steeds wordt (te) veel videocontent uitsluitend aangeboden door middel van Flash. En dat is uitgerekend een technologie waar een ‘vooruitstrevende’ gebruikersgroep als de bezitters van iPads en iPhones helemaal niks mee kan.

In de stelling wordt verwezen naar het gebruik van video voor de registratie van raadsvergaderingen. De marktleider op dit gebied bracht begin september 2011 een persbericht uit met de titel: ‘Webrichtlijnen belangrijk, maar niet tegen elke prijs’ [Persbericht NotuBiz: http://www.nieuwsbank.nl/inp/2011/09/06/A011.htm]. De in de stelling verwoorde punten komen in het persbericht ook aan bod.

De toegankelijkheidsregels [WCAG 1.0, richtlijnen 1.3 en 1.4:  http://www.w3c.nl/Vertalingen/2000/WAIWEBCONTENT/#glprovideequivalents] die in Webrichtlijnen versie 1 zijn zijn verwerkt zijn inderdaad vrij streng geformuleerd: informatie die uitsluitend door middel van geluid wordt overgebracht moet altijd worden voorzien van een synchroon geluidsspoor en informatie die uitsluitend door middel van geluid wordt overgebracht moet altijd worden voorzien van een synchroon beeldspoor. In gewone-mensentaal: ondertiteling is verplicht, net als een stem die beschrijft wat er in beeld gebeurt. Dus enkel een transcriptie aanbieden, zoals in het persbericht wordt gesteld,  volstaat niet.

In de nieuwe versie 2 van de Webrichtlijnen [Webrichtlijnen versie 2:  http://versie2.webrichtlijnen.nl/norm/] zijn nieuwere toegankelijkheidsregels [WCAG 2.0, richtlijn 1.2: http://www.w3.org/Translations/WCAG20-nl/#media-equiv ] opgenomen waarin de eisen beter en uitgebreider zijn geformuleerd. Er is sprake van eisen op drie niveaus, waarbij voldoen aan het hoogste AAA-niveau niet verplicht is.

Van belang voor audiovisuele verslaglegging van raadsvergaderingen is trouwens het zinnetje in de succescriteria 1.2.2 en 1.2.3: “[...] behalve als het mediabestand een media-alternatief is voor tekst en duidelijk als zodanig is gelabeld.” Indien sprake is van een deugdelijke ‘klassieke’ schriftelijke verslaglegging waaraan videoverslagen als ‘extra’ worden toegevoegd, dan zou dat in overeenstemming kunnen zijn met beide succesciteria. Voldoen aan de webrichtlijnen ‑ in elk geval op niveau A ‑ is daarmee lang niet zo onhaalbaar als in de stelling naar voren wordt gebracht; in tegendeel.

Maar de praktijk is weerbarstig. Inmiddels is namelijk sprake van een serieuze complicatie: videoverslaglegging wordt steeds vaker wordt ingezet als een goedkoop alternatief [Persbericht gemeente Zevenaar:  http://zevenaar.nl/index.php?simaction=content&mediumid=1&pagid=95&stukid=18679 en videoverslagen gemeente Zevenaar:  http://portal.companywebcast.nl/GemeenteZevenaar/] voor  schriftelijke verslagen. Dit wordt het substitutie-effect genoemd. In een onderzoek uit 2008 [BZK-rapport over audiovisuele verslaglegging:  http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2008/04/03/audiovisuele-verslaglegging-vult-schriftelijke-verslaglegging-aan.html] wordt geconcludeerd dat daarvan geen sprake is, maar die conclusie lijkt inmiddels te zijn achterhaald.

8 Reacties op Webrichtlijnen verplicht

  1. Wiep Hamstra says:

    Interessante discussie. Het laat weer eens zien wat voor beelden er over de Webrichtlijnen en dus toegankelijkheid kunnen bestaan.

    Vraag aan Tjebbe: is je kritiek op de Webrichtlijnen vooral gericht op het effect dat jij voorziet met videoverslagen of is je kritiek breder? Dat is me niet helemaal duidelijk eerlijk gezegd.

  2. Frank Schaap says:

    Tja, ook in mijn gemeente werd gedacht dat het publiceren van enkel een audiobestand van de [raads|commissie]vergadering een mooie besparing was op het ouderwetsche woordelijke verslag, waarvoor inderdaad iemand ettelijke uren zit te transcriberen.

    Juist de aanbieder van het audioverslagleggings- en publicatiesysteem komt met het argument dat het goedkoper is. Tevens voldoet de website van die aanbieder niet aan de webrichtlijnen. De embedded audiospeler is een Silverlight applicatie. En het toevoegen van een woordelijk verslag is een meerwerkoptie voor de klant.

    Het systeem wordt nu als pilot gebruikt. Ik houd mijn hart vast, want ik zie zonder serieuze wijzigingen in het systeem geen mogelijkheid om het conform de webrichtlijnen te gaan gebruiken. Maar ja, ook bij ons is de mening al gezet: die webrichtlijnen moet je maar zoveel mogelijk negeren, want daar mag toch niks van.

    Maar: waar is de leverancier die gewoon zijn verantwoordelijkheid neemt en dergelijke functionaliteit conform webrichtlijnen aanbiedt? En niet met zogenaamde besparingen rondstrooit, maar zegt: joh, er moet ook gewoon een schriftelijk verslag bij (of een ondertiteling onder) zodat ook je dove (of in andere gevallen, visueel gehandicapte) inwoners toegang hebben tot de informatie.

    Waarom moet _ik_ dit blijven eisen en nemen de dames en heren leveranciers niet hun verantwoordelijkheid?

    • Om even in te gaan op de vraag uit je laatste alinea: dat heet goed opdrachtgeverschap. Leveranciers stemmen hun aanbod af op de vraag uit de markt. Waar niet om wordt gevraagd wordt niet geleverd. Als je dat als uitgangspunt hanteert bij aanbestedingen kom je bij oplevering niet voor nare verrassingen te staan.

      Het zou prachtig zijn als alle ‘dames en heren leveranciers’ uit zichzelf hun verantwoordelijkheid nemen, maar zo zit de wereld niet in elkaar. En daarom is het van belang om bij een aanbesteding en in een contract zo expliciet mogelijk te zijn, om zeker te stellen dat niemand wordt buitengesloten van toegang tot het op te leveren eindproduct. En ook van belang is om te controleren of de gemaakte afspraken daadwerkelijk zijn nagekomen. Een claim van de leverancier dat er aan is voldaan is daarbij niet afdoende, zo is de afgelopen jaren gebleken. Conclusie: adequate controle inbouwen maakt óók deel uit van ‘goed opdrachtgeverschap’.

  3. Tjebbe Will says:

    Als communicatieadviseur produceer ik regelmatig AV- en audioproducties voor overheidsorganisaties. Hierbij wil ik niemand uitsluiten en wil ik daarom ook graag voldoen aan de gestelde richtlijnen. Vooral ook omdat een aantal van m’n podcasts worden gemaakt door een producent met een gezichtsvermogen van minder dan 5%. Ik ken de problematiek. Dat is niet mijn punt.

    Waar ik mijn vraagtekens bij heb, is de onbalans tussen de extra kosten en het effect. Zeker bij producties voor een hele specifieke doelgroep. Bijv. bij een AV-productie over de biobased economy voor de provincie Zeeland. De film wordt gemaakt voor een doelgroep van max. 500 mensen. Of voor het Actueel Hoogtebestand Nederland, ook een doelgroep van zo’n 1.000 mensen die werken met GIS (geografisch informatie).
    Op zo’n moment vind ik iedere euro belastinggeld die ik -als producent- moet besteden aan ‘toegankelijkheid’ zonde van het geld en denk ik dat het beter besteed kan worden aan echte hulpmiddelen.

    In de praktijk worden de producties nu buiten de officiële sites om toch gepubliceerd. Pragmatisch, maar niet de bedoeling van de wetgeving. Naar m’n mening is de huidige regelgeving veel te rigide.

    • Voor wat betreft de laatste alinea: er is geen wetgeving met betrekking tot het voldoen aan webrichtlijnen. Daarmee is het ook onwaarschijnlijk dat “de huidige regelgeving veel te rigide is”.

      Er is weliswaar een verplichting, maar er is geen sanctie bepaald die van kracht wordt als je niet voldoet. Dus rigide zijn de huidige regels zeker niet. Dat zal trouwens snel kunnen veranderen als vanwege het ontbreken van een formele sanctie wordt besloten ze te negeren. Minister Donner heeft onlangs een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin hij aangeeft een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) voor te bereiden.

      Het besluit om niets te investeren in toegankelijkheid roept bij mij een paar vragen op. Gezien de omvang van de doelgroep in de aangehaalde voorbeelden is de kans vrijwel 100 procent dat er mensen bij zitten met een functiebeperking. Slechtzienden en kleurenblinden bijvoorbeeld. Hoe is gewaarborgd dat deze groepen geen informatie krijgt voorgeschoteld die voor hen een toegankelijkheidsbarrière vormen?

      Het is mooi dat er bij de realisatie van podcasts iemand betrokken is met een visuele beperking. Maar dat houdt niet automatisch in dat een dove met zo’n podcast overweg kan. Of iemand op een werkplek zonder geluidskaart of speakers.

      In zijn algemeenheid is een belangrijk issue dat vaak beslissingen over het toepassen van webrichtlijnen worden genomen op basis van aannames. Weliswaar soms gebaseerd op eigen waarnemingen of ervaringen, maar dat levert nog geen compleet beeld op van het onderwerp. En daarmee beslissingen waarvan de legitimiteit ter discussie kan worden gesteld.

      Een soortgelijk issue is dat al bij aanvang wordt besloten om niet te investeren in toegankelijkheid, waarna er passende argumenten bij worden gezocht, teneinde het besluit als legitiem te kunnen verantwoorden.

      Welke van de twee issues op de aangehaalde voorbeelden van toepassing zijn weet ik nog niet, daarvoor is wat meer informatie nodig.
      Wat wordt bedoeld met ‘echte hulpmiddelen’ waaraan geld beter kan worden besteed dan aan het toegankelijk maken van een AV-productie? En over wat voor bedragen praten we bij het ondertitelen van een videoproductie van 5 minuten, in relatie tot de totale productiekosten?

      Op basis van vrijwel dezelfde argumenten zou je trouwens ook tot een andere conclusie kunnen komen die vrijwel gelijk is: “iedere euro belastinggeld die besteed wordt aan een productie voor zo’n kleine doelgroep zonde is van het geld. Het kan beter worden besteed aan toegankelijkheidshulpmiddelen.” Is zo’n conclusie steekhoudend?

      Een mooi voorbeeld van een gewenst bij-effect van het toegankelijk maken van video is dat je daarmee de inhoud van de video eenvoudig vindbaar kunt maken via zoekmachines.
      Dit inzicht is overigens niet nieuw; de rijksoverheid paste het al toe in 2007, zie bijvoorbeeld het resultatenoverzicht van http://www.google.nl/search?q=splinternieuwe+nuna4. Meerkosten: nog geen 100 euro, minder dan vijf procent van de productiekosten.

  4. Mieke Borgers says:

    Ik blijf het vaag vinden wat wel/niet kan. We hebben meer beeldmateriaal dan alleen de raadsvergaderingen. Ik heb bijvoorbeeld een YouTube video met kort interview van wethouder over willekeurig onderwerp. Maakt het dan voor de webrichtlijnen uit of je die video embed in je eigen website of alleen een link opneemt naar de website van YouTube? En gelden de richtlijnen dus alleen voor je eigen websites of voor de content die je zelf maakt/gebruikt? En hoe moet dat dan met het gebruik van social media door overheden?

  5. In alle reacties tot dusver zit wel een kern van waarheid vind ik.

    Natuurlijk zijn de richtlijnen slechts een middel om te voorkomen dat mensen worden buitengesloten van toegang tot online informatievoorziening en dienstverlening van de overheid, zoals Ralph terecht stelt. Maar de vraagtekens die Tjebbe Will stelt kan ik mij heel goed voorstellen, net zoals de vragen die Mieke heeft over het gebruik van social media door overheden.

    Ik denk dat je je met de webrichtlijnen in eerste instantie moet focussen op je eigen website. Mits webtechnologie hierbij goed is toegepast en je borgt dat de webredacteuren zich aan de richtlijnen houden, is het volgens mij echt niet moeilijk om een site webrichtlijnenproof te maken en te houden. Uiteraard vergt dit wel bepaalde competenties. Daarvoor kun je de functieprofielen van Cascadis goed gebruiken.

    Met videos kom je ook een heel eind denk ik, maar ik ben het met Tjebbe Will eens dat je hier de kosten wel tegen de baten moet afzetten.

    En voor wat betreft het gebruik van social media: ik denk dat wij hierbij moeten accepteren dat het een utopie is dat deze ooit aan de webrichtlijnen voldoen, tenzij de mensen van Youtube, Twitter etc. ook hier de juiste webtechnologie gaan toepassen.

  6. Tjebbe Will says:

    Bijgaand voorbeeld wil ik aan deze discussie toevoegen:
    http://www.top-sectoren.nl/chemie/nieuws/video-advies-topteam-chemie
    De Rijksoverheid presenteert haar eigen plannen en houdt zich daarbij niet aan haar eigen regels. Geen ondertiteling, geen beeldbeschrijving.

    Ik vel geen oordeel of het wel of niet moet; daar hebben we politieke besluitvorming voor en die zegt dat het wel moet….
    Mijn dilemma is alleen: waarom doen we het dan niet???

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Leden aan het woord

Tamara Huffmeijer, webmaster gemeente Veghel

"Met Cascadis krijg ik het gevoel niet alleen te staan in mijn vakgebied."

Remco van Rijt, webmanager gemeente Sittard-Geleen

"Ik verwacht dat Cascadis het vak webprofessional richting kan geven en wellicht een landelijke standaard formuleren."

Ruud Ravenhorst, senior webadviseur gemeente Gouda

"Ik wil mijn kennis en ervaringen delen; m’n werk naar een hoger plan tillen dus. In een leuke setting. En dat is bij Cascadis allemaal uitgekomen! ”

Word lid

Wil jij ook je kennis en ervaring delen met webprofessionals?

Meld je aan als lid!

Laatste berichten

22 februari 2012
M-site of app? Ik kan me niet voorstellen dat er geen gemeente/provincie of Lees meer

20 februari 2012
Google en haar privacy-settings Binnenkort worden -zoals jullie ongetwijfeld allemaal al lang weten- de Lees meer

Alle berichten uit 2011
Alle berichten uit 2012

Laatste reacties

Nieuwsbrief

Sponsors

Sitecore

© Copyright 2010-2012 Cascadis. De vormgeving en technische realisatie van deze site wordt verzorgd door Prime-Creation